U bent hier:Home Actueel ‘Geef Veiligheidshuizen de tijd’
Nieuwsbericht | 15-12-2009
Een feestelijke bijeenkomst in Den Haag markeerde het behalen van een belangrijke prioriteit uit het beleidsprogramma van het kabinet: de oplevering van een landelijk dekkend netwerk van 45 Veiligheidshuizen. ‘Voor velen begint het werk nu pas.’
Zes jaar geleden geopend of pas vorige week: het maakte niet uit. De Veiligheidshuizen waren in groten getale vertegenwoordigd op de feestelijke bijeenkomst in de Koninklijke Schouwburg te Den Haag. In het gezelschap van (onder andere) burgemeesters, (hoofd)officieren van justitie, korpschefs en Haagse ambtenaren woonden zij een afwisselend en levendig programma bij, waarin ook drie bewindspersonen een rol vervulden: de ministers Hirsch Ballin (Justitie) en Ter Horst (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) en staatssecretaris Albayrak (Justitie).
Maastricht presenteert de 'Aanpak geprioriteerde personen'. V.l.n.r. Dorothé van den Bosch (projectleider Veiligheidshuis), Lien Notermans (procesmanager Veelplegers) en Jacques Costongs (wethouder Wonen, Welzijn. Zorg)
De hoofdrol was echter weggelegd voor de Veiligheidshuizen zelf. Werd er niet over hen gesproken – in een quiz, in een film, in tafelgesprekken onder leiding van dagvoorzitter Ruben Maes, in een vanuit de loge voorgedragen column van de vermaarde Tilburgse criminoloog Cyrille Fijnaut – dan kwamen ze wel zelf aan het woord. In drie daverende presentaties - filmpjes, afgewisseld met optredens on stage – zetten de Veiligheidshuizen van Maastricht, Rotterdam en Enschede evenzoveel best practices neer.
Maastricht liet zien hoe het met een integrale en samenhangende aanpak van ‘geprioriteerde personen’ meer greep heeft gekregen op een groep zeer actieve veelplegers. Van de groep die in 2008 in dit project instroomde, kwam ruim de helft tot op heden niet meer in aanraking met politie en/of justitie als gevolg van een nieuw feit. Rotterdam demonstreerde hoe het notoire overlastbezorgers succesvol aanpakt, via het ‘stapelen’ van kantonfeiten (veelal APV-overtredingen). Op de speciale kantonveelplegerszitting kan de rechter vervolgens een – naar verhouding – forse straf opleggen, waarna de zorg al tijdens de detentie intensief met die persoon aan de slag kan. Het gevolg: de overlast in de Rotterdamse binnenstad is momenteel een stuk minder. Met een indringend geval van ernstige kinderverwaarlozing (op het podium verbeeld door twee vol in de spotlights staande rode kinderlaarsjes) maakte Enschede duidelijk wat de meerwaarde kan zijn van een goede aansluiting tussen de justitieketen en de zorgketen. Deze zaak van kinderverwaarlozing kwam namelijk pas goed in beeld bij de zorg, nadat de politie in het kader van een (strafrechtelijke) huiselijk geweldzaak huiszoeking had gedaan, op zoek naar een wapen. Dankzij intensief samenspel tussen straf en zorg, nam het aantal geregistreerde feiten op naam van een groep Enschedese veelplegers met de helft af.
Minister Hirsch Ballin complimenteerde de Veiligheidshuizen met de veelbelovende resultaten. ‘Uw inzet, uw creatieve en misschien soms onorthodoxe aanpak, uw doorzettingsvermogen bij plegers die anderen al lang hadden opgegeven, draagt bij aan meer veiligheid.’ Hij verwees onder meer naar het boekje Samen Effectief, dat een tiental goede initiatieven laat zien, die in de Veiligheidshuizen zijn ontstaan en die inmiddels al tot veelbelovende resultaten hebben geleid. Behalve Maastricht, Rotterdam en Enschede, komen in deze bundel ook Tilburg, Amsterdam, Venlo, Utrecht, Den Helder, Maas & Leijgraaf en Eindhoven aan de orde - veelal Veiligheidshuizen die al wat langer aan de weg timmeren. Een groot aantal Veiligheidshuizen is echter pas in 2008 of 2009 geopend. ‘Het landelijk dekkend netwerk mag dan klaar zijn, voor velen begint het werk eigenlijk nu pas’, aldus de minister. Hoewel ook van deze Veiligheidshuizen binnen afzienbare tijd concrete resultaten mogen worden verwacht, klonken er op de bijeenkomst verschillende pleidooien voor geduld. GGZ-voorzitter Madeleen Barth pleitte voor slow politics. ‘Laat de Veiligheidshuizen eerst eens goed op gang komen. En niet direct ingrijpen en het weer over een andere boeg gooien, als de resultaten niet aan de hoge verwachtingen blijken te voldoen.’ Criminoloog Fijnaut raadde het zelfs af om ‘meteen te gaan evalueren’. ‘Dat leidt maar tot zware depressies’, aldus de hoogleraar in zijn (ietwat badinerende) column. Ook minister Ter Horst (‘Veiligheidshuizen moeten de tijd krijgen om hun werk goed te doen’) en criminoloog Henk Ferwerda (‘Verwacht geen wonderen binnen korte tijd’) waren op dit punt eensgezind. Volgens staatssecretaris Albayrak staat de komende tijd vooral in het teken van de ‘doorontwikkeling’ van de Veiligheidshuizen. ‘Bijvoorbeeld door de zorg en het onderwijs er nadrukkelijker bij te betrekken en de regionale functie van het Veiligheidshuis stevig neer te zetten.’
Over deze bijeenkomst en de presentaties van de Veiligheidshuizen kunt u binnenkort meer lezen in Veiligheidskrant nr. 6 (januari 2010)